Suïcidepreventie op school

Zelfmoordgedachten komen vrij frequent voor bij jongeren. In de HBSC-studie van de UGent (2018) gaf 13% van de jongens en 22% van de meisjes tussen 13 en 18 jaar aan dat ze ooit aan zelfmoord dachten. Jonge meisjes (15-19 jaar) ondernemen daarnaast ook meer (niet-fatale) zelfmoordpogingen dan vrouwen en mannen in andere leeftijdsgroepen, zo blijkt uit de registratiestudie van de Eenheid voor Zelfmoordonderzoek (UGent, 2019). Die pogingen lopen gelukkig minder fataal af dan pogingen in andere leeftijdsgroepen, waardoor het aantal overlijdens door suïcide bij jongeren beperkt blijft (zie de analyse van de sterftecijfers op de website van Zorg en Gezondheid).

Meer feiten en cijfers over zelfmoord bij jongeren lees je in deze factsheet. Nood aan meer inzicht in zelfmoordpreventie? Hier vind je de belangrijkste cijfers, oorzaken, mythes en preventiestrategieën.

top

De school is een belangrijke plek waar we jongeren weerbaarder kunnen maken, signalen van zelfmoordgedachten kunnen detecteren en eerste opvang kunnen bieden aan kwetsbare leerlingen.  Volgende strategieën primeren om de geestelijke gezondheid van leerlingen te bevorderen en zelfmoordgedrag te voorkomen:  

  • Investeren in een geestelijk gezondheidsbeleid 
  • Implementeren van preventieprogramma’s die focussen op geestelijke gezondheid zoals psycho-educatieve programma’s, vaardigheidstraining, training voor leerkrachten
  • Bijzondere aandacht besteden aan kwetsbare leerlingen (en personeelsleden), bijvoorbeeld aan wie nabestaande is na zelfdoding, aan personen met psychische klachten, aan holebi- en transgenderjongeren,…   

Een mix van deze strategieën is nodig om te komen tot een doeltreffend beleid. Meer over deze strategieën, met verwijzingen naar studies en preventieprogramma’s lees je in de toolkit 'Zelfmoordpreventie, -interventie en -postventie op school'.  

top

Vier tips om het thema in de les te brengen

1. Geef geen aparte les over zelfmoord, maar werk breder aan thema's die geestelijke gezondheid bevorderen. Denk bijvoorbeeld aan lessen over veerkracht en psychisch welzijn; omgaan met moeilijke thema's en psychische problemen; socio-emotionele vaardigheden,... Maak daarbij gebruik van kwalitatieve educatieve pakketten voor leerkrachten en websites voor jongeren. Deze raden we aan:

2. Leg inhoudelijk de nadruk op volgende boodschappen:

  • Zelfmoord is nooit ‘een keuze’ en mensen die een zelfmoordpoging ondernemen willen meestal niet dood. Zelfmoordgedachten en –pogingen zijn steeds een signaal dat het niet goed gaat met iemand en moet je dus altijd ernstig nemen.
  • Zelfmoordgedachten en de onderliggende psychische problemen zijn te behandelen. Onderzoek toont dat bv. psychotherapie en medicatie kunnen helpen.
  • Info en hulp is voorhanden. Zowel mensen in crisis als hun omgeving kunnen terecht bij de Zelfmoordlijn op het nummer 1813 of op www.zelfmoord1813.be
  • Zelfmoord is te voorkomen, maar dan moeten we meer durven praten over psychische problemen en de stap naar hulp sneller durven zetten.

3. Wees voorzichtig met film en theatervoorstellingen. Film en theatervoorstellingen kunnen een goede manier zijn om het thema meer bespreekbaar te maken. MAAR er zijn ook risico’s aan verbonden. In onze infofiche ‘Geestig gezond op de planken’ vind je tips en aandachtspunten over het beoordelen van een toneelstuk over zelfmoord, het organiseren van een nabespreking, de opvang van risicoleerlingen en het inbedden van dit thema in een geestelijk gezondheidsbeleid. Wens je meer achtergrondinformatie over dit thema of wil je aan de slag met specifieke tools (vb: voorbeeldbrief voor ouders, hulpkaartje, nabespreking in de klas)? Raadpleeg dan hier de achtergrondtekst bij de theateradviezen.

4. Verwijs altijd naar hulpmogelijkheden. Geef bijvoorbeeld steeds de gegevens van relevante hulplijnen mee (JAC, CLB, AWEL, Lumi, Zelfmoordlijn,…).

top

Hoe help ik een leerling met zelfmoordgedachten?

Jongeren die aan zelfmoord denken, geven soms signalen waarvoor we alert moeten zijn. Een psychiatrische stoornis of een vorige zelfmoordpoging zijn factoren die het langetermijnrisico op suïcidaal gedrag kunnen verhogen. Daarnaast zijn er ook signalen die kunnen wijzen op suïcidaal gedrag op korte termijn. Lees hier voor welke signalen je alert dient te zijn en hoe je het gesprek kan aangaan met de leerling.

NIEUW! Bekijk hieronder een stappenplan over hoe je leerlingen met zelfmoordgedachten kan toeleiden naar goede zorg. 

top

Na een zelfmoord of zelfmoordpoging van een leerling of een personeelslid, moet je als schoolteam weten hoe je hier op een professionele en sensitieve manier mee omgaat. Om het hoofd te bieden aan de crisis is het essentieel om een uitgestippeld crisisplan bij de hand te hebben met richtlijnen voor een goede communicatie met en opvang van alle betrokkenen: leerlingen, schoolpersoneel, ouders en de media. Voor het opstellen van een crisisplan kan de school samenwerken met experten, hulpverleners en regionale diensten voor geestelijke gezondheidszorg.

In deze toolkit lees je enkele adviezen over wat te doen na een zelfmoord(poging).

top

De suïcidepreventiewerking van de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG-SP) biedt advies en ondersteuning en ontwikkelde een modeldraaiboek dat scholen kunnen gebruiken als basis om een suïcidepreventiebeleid op maat op te stellen. Voor meer informatie en ondersteuning kan je terecht bij CGG-SP in jouw provincie.

Meer tips en tools kan je vinden in deze toolkit en in de brochure Omgaan met Suïcide op SchoolDe bijlages van deze brochure kan je hier raadplegen.

top

“Zelfdoding? Onze school was er nog niet echt van nabij mee geconfronteerd”, zegt Jos Mees, adjunct-directeur tso-bso Don Bosco Haacht. “Tot plots op een half jaar tijd twee leerlingen door zelfdoding omkwamen. Het schudde onze school aardig door elkaar. Nu zijn we er ons meer bewust van. We weten wat te doen.” “Onze campus telt 2200 leerlingen en drie administraties. Er gebeurt altijd wel wat. We hadden al noodplannen voor allerlei noodsituaties. Na de zelfdoding van Laurens begonnen we aan een meer specifiek draaiboek. Toen de zelfdoding van Ben volgde, kwamen er extra vragen: zijn we wel goed bezig, hadden we dit moeten zien aankomen, (hoe) konden we dat vermijden? 

Er was vooral ook de angst voor een derde zelfdoding. We hebben toen nascholing georganiseerd. Een specialist heeft ons draaiboek helpen actualiseren. Alle stappen staan uitgeschreven: wie moet je verwittigen in welke volgorde, wie neemt welke verantwoordelijkheid: op het secretariaat, in het pastoraal team, wie zorgt voor opvang, welke rol kan het CLB spelen …?” 

“Ik merk dat we nu veel alerter geworden zijn bij onze leerlingenbegeleiding. We houden sneller rekening met de mogelijkheid dat iemand iets dramatisch zou kunnen doen. We zoeken ook sneller externe begeleiding. De pagina’s met hulpverlenende adressen die achteraan in de klasagenda stonden, hebben we nu vooraan gezet. We zorgen nog meer voor een warme school. Als een leerling die het moeilijk heeft, wil praten met een leerling uit een andere klas, maken we die even lesvrij. Dat lijken kleinigheden, maar ze maken een verschil.” 

“Ons draaiboek biedt houvast. Maar niet alles staat daarin. De week na Ben was een jongen op vrijdagnamiddag afwezig. Er brak paniek uit: ‘We hebben hem richting spoorweg zien gaan’. Een ploegje leraren is gaan zoeken. We hebben de ouders gebeld. Later bleek hij gewoon naar huis vertrokken en had hij onderweg wat getreuzeld. Je kan je leerlingen geen 24 uur per dag en overal in het oog houden. Als je als school alles doet om leerlingen goed te begeleiden, hoef je jezelf niets te verwijten.” 

Bron: Klasse voor leraren 

© Zelfmoord1813 - disclaimer